Bas Wiegers (foto: Paz Guillen)

Achter de Schermen

Dirigent Bas Wiegers over dans-opera Gandari in Jakarta

JAKARTA, 16 december 2014

Met Asko|Schönberg en Slagwerk Den Haag op weg naar Jakarta om de opera Gandari van Tony Prabowo zijn eerste uitvoering te geven: terwijl in Nederland een gure winter begint, wacht ons een tropisch avontuur. 

In Amsterdam bereiden we ons samen met sopraan Katrien Baerts voor op de partituur van Prabowo. In eerste instantie doet die denken aan Messiaen, Boulez en - met name de soms bijna onspeelbare pianopartij die Pauline Post voor haar rekening neemt - aan Xenakis. Wat ik nog niet kan inschatten is wat er op het toneel gebeurt en in hoeverre dat invloed heeft op de muziek. Het heet een dans-opera, dus ik ben beducht op eventuele tempowijzigingen, afhankelijk van de choreografie en de twee Indonesische vertellers. Heel veel vragen zijn nog open als we op 3 december in het vliegtuig naar Jakarta stappen. 

Bij aankomst, na een krappe drie uurtjes slapen, wacht me meteen een persconferentie, die al een half uur bezig is als we na onze eerste kennismaking met het dramatische verkeer hier eindelijk in het hotel aankomen. Ik schud snel de handen van het creatieve team waar we de komende dagen mee zullen werken en probeer zo goed en zo kwaad als het gaat wat te vertellen over de muziek. Dezelfde avond worden het hele ensemble, de dansers en alle andere betrokkenen zeer hartelijk ontvangen in de ambtswoning van Ton van Zeeland, cultureel attaché in Indonesië. 

De dagen erna zijn vermoeiend maar inspirerend. De dansers onder leiding van Akiko zijn erg muzikaal, waanzinnig gedisciplineerd en ongelofelijk energiek. Hoe meer we van ze zien, hoe meer we onder de indruk raken. Ook onze ontmoeting met het (amateur)koor, The Batavian Madrigal Singers, is erg inspirerend. Niet alleen zijn ze zeer goed voorbereid op de complexe muziek door hun dirigent Avip Priatna, ze gaan ook nog eens heel makkelijk mee met de hermetische begeleiding die het ensemble ze biedt. 

Wij wennen intussen aan de tropische temperaturen en aan het lange wachten. De partituur van Tony klinkt steeds gemakkelijker en eleganter. Er komt rek in de muziek, en dat geeft het geheel de adem die het nodig heeft. Katrien en ik houden intussen nauw contact met Yudi en Akiko om onze achterstand in de productie (de dansers en Yudi zijn al weken bezig!) zo snel mogelijk in te halen. Al met al zijn er erg veel goede krachten in de weer om deze opera tot een succes te maken. Ondanks de tropische hitte, het verschrikkelijke verkeer, de heftige luchtverontreiniging, en de soms niet ideale repetitieomstandigheden, houden we goede zin. Niet in de laatste plaats komt dat door de goede zorgen van de organisatie hier, in handen van de altijd glimlachende Wati Gandarum, en onze eigen Ymkje Koopal en Rogier van Splunder.  

Uiteindelijk is er grote belangstelling voor de première en wordt de opera een groot succes. De muziek van Tony wordt goed ontvangen, zeker in combinatie met het emotionele verhaal van Gandari. De nogal islamitische omgeving van het theater verhindert ons de champagne direct open te trekken, maar de hotelbar heeft later de grootste moeite om het comsumptietempo van de feestgangers bij te houden. Omdat de tweede voorstelling meteen de laatste is, hebben we geen tijd voor een inzakkertje. De tweede is volgens mij zelfs nog beter. We durven nog meer, de overgangen zijn nog vloeiender. Direct na het applaus vertrekt er een bus naar het vliegveld om een groot deel van het ensemble terug naar Nederland te brengen. 

Met een aantal musici van Slagwerk Den Haag en Asko|Schönberg blijf ik achter om nog twee concerten te geven. Ik schrijf dit in de tuin van het Salihara Instituut (een van de co-producten van Gandari en duidelijk een van de hippe plekken in deze stad). Vanavond speelt Slagwerk hier een programma met muziek van Reich, Nas, Wenjing en Alvarez. Morgen geven we met Asko|Schönberg en Slagwerk het laatste concert hier. In het Erasmushuis spelen we een oerhollands programma met Andriessen, Padding en Verbey. Als feestelijke afsluiting doen we dan met een heel aantal plaatselijke muziekstudenten een versie van Terry Riley´s “In C”. Na onze repetitie van vanochtend met al deze Indonesische muzikanten heb ik er alle vertrouwen in dat het een onvergetelijke avond gaat worden.